Bitcoin / Cryptocurrency belasting2018-01-09T10:17:42+00:00

Bitcoin en andere virtuele betaalmiddelen
Virtuele betaalmiddelen, zoals bitcoins, staan op uw computer opgeslagen. U kunt deze alleen gebruiken als betaalmiddel op internet. U geeft van deze middelen de waarde in het economisch verkeer aan op 1 januari van het jaar van aangifte.”

Bron: Belastingdienst Nederland

Uitleg over cryptocurrency belasting

Het ontstaan van cryptografische valuta is uiteraard ook de fiscus niet ontgaan. Een nieuwe categorie van bezittingen behoeft immers ook nieuwe regelgeving over het belasten hiervan. Hoewel het, vanwege het (semi)anonieme karakter van cryptografische valuta, misschien aanlokkelijk lijkt om de belastingplicht te ontwijken is dat waarschijnlijk niet verstandig. In het geval van een plotselinge waardestijging blijf je dan namelijk zitten met een grote hoeveelheid zwart geld. Mocht je ooit van plan zijn flinke winst uit je investeringen te halen, dan zul je je geldstromen moeten kunnen verklaren. Het blijkt voor veel mensen echter nog onduidelijk hoe dit precies in zijn werk gaat. In dit artikel gaan we in op het aangeven van Bitcoin, Ethereum en andere cryptografische valuta bij de belastingdienst en de belasting die daarop van toepassing is.

Grondslag Sparen en Beleggen / Crypocurrency belasting

Voor de gemiddelde investeerder geldt dat cryptografische valuta aangegeven dient te worden onder de categorie “overige bezittingen”. Dit betekent uiteindelijk dat de munten belast worden in box 3. Dit is vergelijkbaar met andere investeringen als aandelen, obligaties, en vastgoed. De consequentie hiervan is dat er belasting betaald moet worden over de totale waarde van je vermogen minus het heffingsvrij vermogen. Voor 2017 heeft de belastingdienst dit bedrag vastgesteld op €25000,- of €50000,- voor mensen met een fiscale partner. Het deel van het vermogen dat overblijft na aftrek van het heffingsvrije deel noemt men de “grondslag sparen en beleggen”. Als laatste heb je nog de mogelijkheid om bepaalde schulden, bijvoorbeeld een studieschuld, in box 3 aan te geven. Hierdoor zal het vermogen waarover je belasting betaald dus ook verminderen. Voorwaarde hierbij is wel dat de schulden hoger zijn dan €3000,- of €6000,- voor mensen met een fiscale partner. Op het overgebleven vermogen is vervolgens vermogensbelasting van toepassing.

Let op de Peildatum

Een belangrijk detail om te vermelden is dat de waarde van je vermogen vastgesteld wordt op basis van de prijs op 1 januari van het jaar waarover je aangifte doe. Vul je straks je aangifte over 2017 in, dan dien je dus de waarde in te vullen van jouw aantal munten keer de prijs op 1 januari van dat jaar. Voor 2017 lijkt dat voor investeerders in de meest gangbare munten erg voordelig uit te pakken. De koers stond voor Bitcoin bijvoorbeeld iets boven de $430 en voor Ethereum was dat zelfs nauwelijks boven de $8. Het kan echter ook voorkomen dat de prijs daalt ten opzichte van de peildatum. Je zou hierdoor in een situatie kunnen komen waarin je belasting moet betalen over een groter bedrag dan je aan het eind van het jaar in bezit hebt. Het is hierom verstandig om tijdig na te denken over de hoeveelheid belasting die je moet gaan betalen en om eventueel een gunstig moment te kiezen om alvast geld opzij te zetten voor het betalen daarvan.

Het Berekenen van je Vermogensbelasting

Vermogensbelasting was voorheen altijd erg gemakkelijk te berekenen. De overheid ging uit van een fictief rendement van 4% over het vermogen en rekende over die opbrengst 30% belasting. Dit kwam effectief neer op 1,2% belasting over het gehele belastbare vermogen. Je betaalt dus niet over de daadwerkelijke winst die je hebt weten te behalen, maar enkel over het rendement dat de belastingdienst als standaard heeft aangenomen. Hierin ligt ook gelijk de logica van het peilen van het vermogen aan het begin van het jaar. Rendement wordt immers berekend over de waarde aan het begin van het jaar.

In 2017 is de belasting over inkomen uit vermogen omgevormd tot een iets ingewikkelder, maar wel meer progressief systeem. De belastingdienst is er hierbij vanuit gegaan dat er over een hoger vermogen meer rendement geboekt kan worden, omdat er dan relatief gezien meer geld naar beleggingen kan gaan ten opzichte van sparen. Het nieuwe systeem is onderverdeeld in drie schijven, deze zien er als volgt uit:

Schijf Uw (deel van de) grondslag
sparen en beleggen
Percentage
1,63%
Percentage
5,39%
Percentage
gemiddeld
rendement
1 Tot en met € 75.000 67% 33% 2,871%
2 Vanaf € 75.001 tot en met € 975.000 21% 79% 4,600%
3 Vanaf € 975.001 0% 100% 5,39%

De percentages geven hierin het fictieve rendement (voorheen dus 4%) waarover vervolgens 30% belasting geheven wordt. In schijf 1 betaal je dus effectief 2,871 * 0,3 = 0,8613%  belasting en in schijf 2 en 3 respectievelijk 1,38% en 1,617%.

Casus

Stel nu dat je €216125,- aan belastbaar vermogen hebt en geen aftrekbare schulden.

Voor 2016 betaalde je:

0,012 * 216125 = €2593,50

Voor 2017 betaal je over dit bedrag:

75000 * 0,008613 + (216125 – 75000) * 0,0138 = €2593,50

Hieruit valt dus ook gelijk af te leiden dat je in het nieuwe systeem vanaf €216125,- aan belastbaar vermogen meer af zal moeten dragen dan in de oude situatie.

Vermogensbelasting in box 3
t/m 2016 2017
Belastbaar vermogen € 216.125 € 216.125
0.012 x Zie tabel =
Vermogensbelasting € 2.593 € 2.593
Berekening vermogensbelasting box 3 – 2017
Spaardeel Beleggingsdeel
1e schijf 67% € 50.250 33% € 24.750
2e schijf 21% € 29.636 79% € 111.489
3e schijf 0% € 0 + 100% € 0 +
Grondslag € 79.866 € 136.239
Rekenrendement 1,63% x 5,39% x
Grondslag € 1.302 € 7.343
Vermogensbelasting 30% x (€ 1.302 + € 7.343) = € 2.593